Industrieel design en computer science. Velen vonden het een vreemde combinatie. Jeannette Stekelenburg, Bachelorstudent in Eindhoven, vond dat niet. “Voor mij is het altijd heel logisch geweest.”

Die logica vormt nu de kern van haar afstudeeronderzoek bij de Software Design-vakgroep van de TU/e. Ze onderzoekt hoe design thinking kan helpen bij softwareontwikkeling, vooral bij het bouwen van Digital Twins. Hiervoor loopt ze mee met het nieuwe multidisciplinaire Challenged Based Learning (CBL)-vak dat dit kwartiel voor de tweede keer draait. CBL is geen onbekend terrein. Als studentassistent voor alliantie EWUU maakt ze al jaren eerstejaars wegwijs in CBL en verzorgt de studentvoorlichting.
“Heel vaak ontwikkelen ze iets dat uiteindelijk werkt, maar of het de eindgebruiker ook echt helpt — dat ontbreekt.”
Kopieer-plakwerk
In haar studie begon met een herkenning. Jeannette zag in CBL-vakken steeds hetzelfde patroon: een design thinking-model, zorgvuldig opgebouwd, maar daarna klakkeloos van project op project gekopieerd. “De meeste professoren hebben gezegd: dit is een mooi uitgedachte structuur. We gebruiken dit gewoon.”
Dat stoorde haar. Design thinking is bedoeld om snel iets tastbaars neer te zetten en direct het gesprek met gebruikers aan te gaan. In software development gebeurt vaak het tegenovergestelde: “Heel vaak ontwikkelen ze iets dat uiteindelijk werkt, maar of het de eindgebruiker ook echt helpt — dat ontbreekt.”
Bij Digital Twins wordt dat extra zichtbaar: wie een digitale tweeling bouwt voor een medische toepassing, zou halverwege het proces een dokter moeten vragen: sluit dit aan bij jullie realiteit? “Dat wordt nu nog te vaak over het hoofd gezien.”
Wat studenten zeggen
Om haar vermoedens verder te toetsen tijdens het multidiscipliaire vak, observeerde Jeannette studenten en stuurde ze enquêtes uit. Daaruit bleek dat studenten design thinking prettig vinden en het ervaren als een houvast. Tegelijkertijd geven ze aan dat het model weinig bijdraagt als ze echt gaan bouwen.
“Het beperkt niet de vrijheid. Ik denk dat het vrijheid ondersteunt.”
Opvallend: veel studenten wisten niet dat ze design thinking gebruikten. Ze doorliepen het proces, vonden het prettig, maar wisten niet dat het een bestaande methode met een naam was. Het bewustmaken van studenten van design thinking als methode is dus een belangrijke volgende stap.
Vrijheid heeft structuur nodig
Haar conclusie lijkt misschien tegenstrijdig. CBL is immers bedoeld om studenten los te laten. Meer structuur klinkt juist als tegenwerken. Toch ziet Jeannette dat anders: ‘Je kunt niet zomaar een groep studenten in het niets gooien.’ Ze wil geen nieuw keurslijf ontwikkelen, maar nadenken over een Design Thinking-model dat beter aansluit bij softwareontwikkeling. Zo’n model zou niet alleen het ontwerpproces ondersteunen, maar ook van tevoren architectuurkeuzes meenemen. Door vooruit te denken — en architectuur een bewuste plek in het proces te geven — ontstaat er ruimte om later terug te blikken en te itereren. “Het beperkt niet de vrijheid. Ik denk dat het vrijheid ondersteunt.”